In zijn jaar (2001-2002) heeft Pieter Jongejan als gouverneur het tot stand komen van een beleidsplan voor de jaren 2001-2006 gestimuleerd. Dat beleidsplan constateert dat het district vaak te ver van de clubs afstaat en vaak met “bemoeizucht” wordt geassocieerd.
Ik denk dat dat een waar woord is en dat een belangrijk speerpunt voor de komende periode is, de betrekking tussen district en clubs op een positieve manier te verbeteren. De divisieleiding zal –aldus het beleidsplan– dit traject als scharnierfunctie tussen beide groepen moeten oppakken.
Het zijn, voorwaar, mooie volzinnen. Maar er staat niet hoe je het invult. Dat hoeft ook niet. Dat is juist de uitdaging. Dat zullen we zelf moeten doen.
Maar hoe vul je het in, speerpunt, scharnier en tegelijk niet bemoeizuchtig zijn? Je kunt toch niet scharnieren zonder je met de clubs te bemoeien. Vrienden, ik zal mij in de komende periode wel degelijk aan bemoeizucht schuldig moeten gaan maken, maar dan wel: bemoeizucht met respect, bemoeizucht zonder inmenging. Want het zijn uiteindelijk juist de clubs zelf, die het Kiwani-zijn invullen. Dat uitgangspunt moeten wij zeker niet aantasten.
Service-clubs bestaan al zo’n honderd jaar; ze zijn in Noord Amerika ontstaan. Sedertdien is er in de hele wereld veel veranderd; bovendien zijn wij Europeanen. Maar wat centraal blijft staan, is dat een serviceclub midden in de maatschappij staat. Wij zijn niet alleen een afspiegeling van die maatschappij; wij doen iets terug naar die maatschappij. Misschien behoeft dat niet altijd tastbaar te zijn, doordat wij geld inzamelen of goederen. Ook door een voorbeeld te willen zijn, bieden wij iets aan onze maatschappij aan. Er is nog zoveel onevenwichtig in deze maatschappij. Er is zoveel vraag naar een goed voorbeeld. En waarom zouden wij daar geen speerpunt van maken? Laten zien, wie wij zijn, is nu juist ons motto. Ook door het als club en zelfs als individu, uitdragen van een kritische en eerlijke houding in de maatschappij, bedrijven wij service. Ik hoop in mijn periode over die gedachten met clubs in gesprek te komen.
Ik zie het als een hele uitdaging, de komende periode invulling te geven aan de nieuwe vragen die het beleidsplan aan een LG stelt. Het is mijn streven de clubs vaak te ontmoeten en de bemoeizucht vooral interactief te maken. Naarmate de clubs zich meer met een LG bemoeien, kan het district beter inspelen op wat in de clubs leeft. En daar gaat het om. De functionaris is een service aan de clubs.
Schoorl, maart 2002
Hans Vermeer
LG-elect divisie-1
